|
Landsmeer,
|
|
|
Nieuws over het gemeentebestuur van Landsmeer.
Er zijn van die dagen dat ik het niet meer zie zitten. Zo ook vandaag weer, de zoveelste in een lange reeks waarop de ijzige noordoostenwind voortraast onder het potdichte donkergrijze zwerk. Als ik naar buiten kijk lijkt de wereld uitgestorven. De zakelijke telefoon die in normale tijden zo'n keer of dertig per dag rinkelt, hult zich al dagenlang in stilzwijgen of pruttelt hoogstens nog een keer per dag voor een onbeduidend bericht. De enige aktiviteit die buiten nog te aanschouwen valt is een ploeg brutale Vlaamse Gaaien, van die door de natuur terecht in VVD-kleuren uitgedoste semi-roofvogels. Zij strijken onophoudelijk neer om zich de pindaslierten, zaadbakjes en vetbollen die ik voor het gewone volk van baardmeesjes, roodborstjes, putters en winterkoninkjes heb opgehangen, met razend gekrijs toe te eigenen en in een mum van tijd te verzwelgen. En net op het moment dat ik het besluit wilde nemen nu echt maar eens een einde te maken aan mijn troosteloos bestaan, naar buiten te lopen en zonder afscheidsbrief (wie zal me missen?) het ijzige water van het kanaal in te wandelen, werd mijn aandacht getrokken door een enorme blauwe kraanwagen van Schot uit Alkmaar die zichzelf parkeerde aan het einde van de Van Beekstraat. Misschien niet zo opvallend zou u zeggen, maar in het dagelijks leven verdien ik een leuke boterham aan de handel in dergelijke voertuigen, en mijn beroepsgedeformeerdheid heeft tot gevolg dat ik steeds weer enthousiast opkijk wanneer er een brullend en rokend zwaar vervoermiddel langs komt denderen. Ik besloot mijn wanhoopsdaad even uit te stellen om te kunnen aanschouwen wat de kraan kwam doen. Ongetwijfeld was wethouder Cornelis Wals voortvarend met de aanleg van ons persriool en kwam deze kraan even het eerste minigemaal plaatsen. Maar nee. Tot mijn schrik schoof de telescoop hoog in de donkere wolken om een van die prachtige oude populieren aan te haken waarna barbaren met kettingzagen als de helden van het tropisch regenwoud de bomen velden. En daarna de volgende en daarna de volgende. Een voor een werden de bomen die levenslang mij uitzicht bepaalden neergehaald. Verwarring en paniek bij mij. Had ik het niet goed gevolgd of verkeerd begrepen? Enige tijd geleden was, na de deskundige mededeling in het regionale sufferdje dat de "wilgen" aan de Van Beekstraat zouden worden gekapt, het hele dorp te hoop gelopen, waren zelfs de politici wakker geworden en had men in een eendrachtige aktie de toezegging bereikt van onze bestuurders dat de massale ontgroening niet door zou gaan, dat alleen zieke bomen zouden worden omgehaald en dan ook nog herplant. Of ben ik nou in de war en is het niet zo gegaan, heeft iedereen luid staan te roepen en uiteindelijk toch maar weer de bestuurlijke terreur aanvaard? Ik zocht even de stukken erbij en stuitte op een stuitende brief van de burgemeester waarin het beleid van onze groenwethouder Wals (VVD) nog eens werd toegelicht. De belangrijkste drogredenen op een rijtje: -1."De bomen worden gekapt
vanwege het feit dat ze een gevaar voor de
omgeving vormen. Leeftijd, ziekte en
standplaats en groeiomstandigheden zijn hier
debet aan." Ooit zoveel stupiditeit bij elkaar gezien? Na meer dan vijftig jaar passen bomen opeens niet meer in de karakteristiek van het landschap, zijn ze opeens ziek (Wals zal zichzelf bedoelen), vallen ze opeens spontaan om, en zijn ze na een halve eeuw van vredig samengaan opeens een gevaar voor personen, kabels, leidingen en let op: privé-eigendommen. En daar komt de aap uit de mouw. Precies langs het stukje Van Beekstraat waar deze 18 bomen zijn verwijderd (de rest blijft denk ik staan want aan die andere bomen is vorige week nog onderhoudswerk uitgevoerd) zijn een paar bouwbedrijven gevestigd die al jarenlang langs de Van Beekstraat een parkeerprobleem hebben dat nu in één klap is opgelost. Het lobby-werk van deze VVD-ers heeft dus eindelijk resultaat gehad bij wethouder Wals. Aan het einde van de deze trieste dag waren mijn woudreuzen in mootjes gehakt. Ik had een gevoel van absolute machteloosheid. Alleen de natuur liet zien dat zij machtiger is dan welke bestuurlijke terrorist dan ook. De bomen waren geveld maar eindelijk brak een stralende zon door, begonnen de ogen aan de gesnoeide druivestokken te zwellen, en vertoonden de eerste kieviten zich aan het firmament. De aankondiging van een onomkeerbare nieuwe lente. En zelfs de zakelijke telefoon begon weer lustig te rinkelen. De verkiezingen staan voor de deur. |