Eigenlijk was ik niet van
plan om te gaan stemmen. Het maakte allemaal
toch niks uit dacht ik. Maar in mijn droom
kreeg ik een sms-je van Debby Damme. Een
heleboel piepende sms-jes zelfs. Ja, ook
mijn dromen gaan met hun tijd mee.
Een van mijn eerste
vakantiebaantjes als jeugdig scholier was
bij de Landsmeerse plantsoenendienst. Mijn
taak was daar om met een botte heggeschaar
langs trottoirs en perken de grasrandjes weg
te knippen die de maaimachine had laten
staan. Wanneer dat gedaan was harkte ik de
boel bij elkaar om vervolgens de smeuïge
hoop van nat gras en hondenstront in een
gemeentelijk karretje te gooien. Dat
verdiende veertig gulden per week. En dat
was veel. Mijn eerdere vakantiebaan bracht
maar een tientje per week op. Dat was in
Artis, waar ik de krokodillenbassins schoon
moest maken. En u kunt het geloven of niet,
maar dat ging precies zo als in die
televisiereclame. Met als enig verschil dat
wanneer zo'n spijkerbek een beetje te
dichtbij kwam, ik niet vertrouwde op mijn
polis bij Delta Lloyd maar hem gewoon een
hengst op zijn domme kop gaf met de bezem.
Maar ik dwaal af. Over domme
koppen gesproken, ik kreeg in mijn droom een
sms-je van Debby Damme. GemeenteBelangen
had namelijk bij de verkiezingen alle
raadszetels veroverd. Alle veertien
kandidaten gekozen! De vijftiende plek was
opgevuld door Ben Wilders van het CDA omdat
hij zijn naam mee had. En Debby had de
absolute macht in ons dorp gegrepen en
zichzelf uitgeroepen tot burgemeester. In
het dorp was eindelijk een frisse wind gaan
waaien. De wind van Debby Damme.
Alle kandidaten van andere
partijen waren in een massale razzia van
huis gehaald en op het Raadhuisplein in een
grote apenkooi opgesloten waar ze langzaam
werden verhongerd. Zwakke aapjes als Brosse, Monteban
en Rijswijk bezweken al snel, hun
kadavertjes lagen rottend in een hoekje. Een
enkeling hield manhaftig vol, zoals
Elfferich die zich met beide handen aan de
tralies staande hield en met de matte ogen
in een uitgeteerd gelaat naar het restaurant
De Pepermolen staarde waar de raadsleden van
GemeenteBelangen avond aan avond hun
drankgelagen hielden bij melancholische
Joegoslavische zigeunermuziek. Alleen voor
André la Fontaine was een uitzondering
gemaakt. Hij was in een zwart-wit gestreept
gevangenispak en met stalen kogels aan beide
benen opgesteld bij een slagboom aan de
IJdoornlaan om de paspoorten te controleren
van ieder die het dorp in of uit wilde. Hij
volbracht zijn taak met verve; elke passant
werd vrolijk door hem toegezwaaid met op
zijn gezicht een brede grijns. Zijn gele
paardentanden schitterden in het maanlicht.
De LOL was uit de lucht
gehaald, op beschuldiging van dat ze in hun
hele bestaan nog nooit een uitzending hadden
verzorgd die van enig nut was geweest. En de
Kompas was een dagblad geworden. Elke dag
gratis huis-aan-huis bezorgd met daarin de
nieuwe oekazes van het bewind Damme. De hele
gemeente had een strikt spreekverbod
opgelegd gekregen. In het hele dorp heerste
een gewelddadige stilte. De enige geluiden
die men nog kon horen waren het gekabbel van
de golfjes tegen de Breekoever, bij zwakke
zuidwesten wind het geruis van de ringweg en
het onophoudelijk gepiep van mobiele
telefoons. Communicatie vond namelijk
uitsluitend nog plaats per sms en in de
Duitse taal. In de kelder van het
raadhuis was een batterij enorme ouderwetse
mainframes geplaatst waarmee wethouder Tony
Goebbels het sms-verkeer controleerde. Alle
verzonden berichten werden opgeslagen op
harddisks opdat hij ze achteraf kon
controleren of de naamvallen wel correct
waren toegepast. Vanwege zijn hoge leeftijd
was er één uitzondering gemaakt voor Dirk
Roozendaal. Hij had de taak om als een
draaimolenpaardje controlerondjes door het
dorp te fietsen en alle geconstateerde
onregelmatigheden met een piepend
Mussolinistemmetje in antiek Italiaans
richting raadhuis te kraaien.
Iedere dorpeling die geen
duidelijk beroep of bezigheid had werd
tewerkgesteld. Ferry de Vries reed met een
geel stratenmakerswagentje met aanhanger af
en aan door het dorp om de onverlaten op te
pakken en naar hun werk te vervoeren.
Iedereen werd tewerkgesteld in een van de
haastig opgerichte loodsen langs de
Dorpsstraat of in leegstaande
kippenslachterijen en hennepkwekerijen waar zij voor de firma DPI (Damme's Plastic Industries) achter
dampende spuitgietmachines werden gezet om
bouwelementen te produceren voor de
woningbouw aan de Breekoever. Want onder het
bewind van Damme werd nu met grote
voortvarendheid en enkele aanpassingen het
Breekprojekt voltooid. Geen aftandse
christelijke kiezentrekker die dat nog kon
tegenhouden. En aan de Breek verrezen niet
honderden maar duizenden plastic
kabouterhuisjes, allemaal met een witte
voorgevel, grasgroene zijmuurtjes en een
steenrood puntdakje uit de fabrieken van
DPI.
Ook ik werd opgepakt. In de
vroege ochtend ruw afgevoerd van het
schoolplein van De Hoeksteen terwijl ik mijn
dochter het dagelijkse afscheidskusje gaf. Mijn
argumenten dat ik een vrije ondernemer was
die zijn bedrijf ver buiten het dorp
uitoefende, werden niet als steekhoudend
gezien. Ik viel onder de categorie "Rooie
VVD-ers", het ergste volk dat er bestond. En
die werden tewerkgesteld bij de
plantsoenendienst. Deze dienst had
uitsluitend nog als taak om de private voor-
en achtertuintjes van de GB-raadsleden te
onderhouden. Dag en nacht moest ik klaar
staan met hark en veger om het onkruid weg
te schoffelen en de hondenstront opzij te
bezemen naar belendende stoepjes van andere
burgers die geen lid van GemeenteBelangen
waren. En elk kwartier kreeg ik per sms
nieuwe orders, rechtstreeks van Debby Damme.
En nog terwijl ik stond te twijfelen of zij
de naamvallen wel goed had toegepast kwam er
piepend alweer een volgend bericht van Tony
waarin de correcties werden doorgegeven.
Het was allemaal maar een
droom. Een nachtmerrie wellicht. En volgens
mij zijn er geen wetten die verbieden om een
droom op te schrijven of door te vertellen.
Van belediging, smaad of laster kan dan ook
geen sprake zijn. Wel had deze droom tot
gevolg dat ik direkt na het klamme ontwaken,
ongewassen in de kleren ben gesprongen en
naar het Dorpshuis ben gespoed om daar als
een van de eersten mijn stem uit te brengen.